Category

Column

Coronacrisis: wat is jouw exitstrategie?

Exit

De afgelopen dagen zien we langzaamaan positieve signalen. Het RIVM meldt een kleine afname in het aantal besmettingen, er is sprake van een vermindering van het aantal patiënten op de intensive care en ook het dagelijkse dodental neemt af. Toch is er nog heel weinig bekend over hoe lang dit virus ons dagelijks leven nog in zijn greep zal houden.

Desondanks wordt wel al ruimschoots gespeculeerd over diverse exitstrategieën. De scenario’s lopen uiteen van Big Brother-taferelen, waarbij iedereen continu gemonitord wordt, tot deurbeleid op stranden en in parken, quarantaine na elke reis, jongeren wel de straat op en ouderen niet en de anderhalvemetermaatschappij, inclusief basisinkomen.

Dat dit de komende tijd grote gevolgen gaat hebben, staat vast. Maar hoe moet het leven er voor jou gaan uitzien?

Momenteel zijn mijn team en ik bezig met een groot project voor de zorg. Onze gesprekken met zorgverleners gaan in eerste instantie over hun werkzaamheden en hoe we die kunnen verlichten. Een terugkerend onderwerp daarbij blijft het opvallende aantal coronapatiënten met overgewicht. Overigens is het geen nieuws dat het virus met name ouderen treft en mensen met een zwakkere gezondheid.

Aan je leeftijd kun je niet veel veranderen. Aan je eigen gezondheid wel. Als je niet aan je gezondheid werkt, loop je extra risico’s. Dat is algemeen bekend, maar nu loop je dus waarschijnlijk ook meer risico op (heftiger effecten van) corona. Of dit een causaal verband is of slechts een correlatie valt nog te bezien, maar wil jij dat risiconemen?

Hoewel meer dan de helft van Nederland chronisch ziek is en hoewel we al tijden gezonder willen leven, zijn we daar toch te moe voor, hebben er geen tijd voor of zijn te gestrest om er iets aan te doen. Zou corona dan een wake-upcall kunnen zijn?

Mentaal staan we voor een andere uitdaging. De onzekerheid is tergend, om nog maar te zwijgen over de financiële stress voor velen. We missen massaal onze collega’s, vrienden en familie, en te lang thuiszitten kan eenzaamheid en depressie veroorzaken. Thuiswerken vergt bovendien de nodige discipline en met de kids erbij is het een behoorlijke uitdaging.

Ik heb zelf een zoontje van 2,5. Die wacht echt niet tot mijn Zoom-meeting afgelopen is om zijn plasje te doen of een ander spelletje aan te rukken (en wij hebben er dan nog maar één). Toch ben ik ook dankbaar omdat ik nu zoveel tijd met hem door kan brengen. Dat geeft te denken. Moet hij straks weer vier dagen naar de opvang, of is de tijd met je familie eigenlijk belangrijker?

Het thuiswerken zorgt bovendien voor veel minder reis- en filetijd. Die extra tijd alleen al komt overeen met één dag minder kinderdagopvang per week. Bovendien brengt het weer een beetje evenwicht in de veel besproken work-life-balance. Ook voor de werkgever zijn de besparingen qua reiskosten en kantoorkosten gigantisch. Dat wil niet zeggen dat we helemaal niet meer samen hoeven te komen, maar het zet wel aan het denken.

170 Nederlandse wetenschappers hebben afgelopen week via een manifest gepleit om Nederland radicaal duurzamer te maken en eerlijker. Zij doen daarbij een beroep op de politiek, maar ook op ons als consument om onze luxueuze en verspillende consumptie in te dammen.

Zelfs als er voor het eind van het jaar een vaccin is gevonden, zitten we nog lang genoeg in deze situatie om het leven zoals we dat kenden radicaal om te gooien of in ieder geval bij te sturen.

Hoewel niemand zich vrijwillig laat opsluiten, zijn er toch ook zaken die tijdens deze lockdown positief uitpakken. Hoe kun je die meenemen als we hier straks uitkomen? Hoe wil jij de komende maanden en de tijd erna doorbrengen? Misschien is het inderdaad tijd om na te denken over een exitstrategie. Jouw exitstrategie.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

De vier fases van ‘Nederland tegen corona’

Teambuilding

We bevinden ons in een unieke situatie die niemand ooit eerder heeft meegemaakt. Alles waar we zo gewend aan waren is opeens niet meer vanzelfsprekend. ‘Gewoon’ naar de supermarkt, een pilsje in de kroeg, sporten voor werk of de kinderen wegbrengen naar school. Ondanks dat we (nog net) niet in een officiële lockdown zitten, voelt ons leven wel ‘locked down’. Hoe ga je daar het beste mee om?

Als je er van een afstand naar kijkt heeft de huidige situatie behoorlijk wat overeenkomsten met de ontwikkeling van een team. We zijn nu opeens afhankelijk van elkaar. We hebben een gezamenlijk doel. Het virus zo snel mogelijk overwinnen. Daarvoor blijven we zoveel mogelijk thuis, maar proberen we elkaar ook waar mogelijk steunen.

Om meer inzicht te krijgen in de mogelijke ontwikkeling van de huidige situatie kan het bekende teamontwikkelingsmodel van Tuckman uitkomst bieden. Hij gaat uit van vier fases om tot een goede samenwerking te komen: forming, storming, norming, performing.

De eerste fase forming (team wordt geformeerd, groepsgevoel ontbreekt, confrontaties worden vermeden) heeft zich voornamelijk gekenmerkt door ongeloof. Diverse BN’ers vertolkte hierbij het woord van het volk; ‘het zal allemaal zo’n vaart niet lopen’. Uiteindelijk was het premier Rutte die de aanzet deed tot de forming van alle Nederlanders tot één team. “Samen komen we deze moeilijke periode te boven.”

De tweede fase is storming (teamleden leren elkaar kennen, confrontaties ontstaan en de onderlinge machtsverhoudingen worden bepaald). Nederlanders zijn een vrijgevochten volk. Die laten zich niet zo snel vertellen wat te doen. Deze fase kreeg dan ook vorm in de aanhoudende rijen bij de bouwmarkten, in de parken en zelfs op het brede strand van Scheveningen was het zo vol dat je niet eens afstand kon houden als je het zou willen.

Gelukkig zie je nu al een grote beweging richting de positievere derde fase van norming (het team heeft het gezamenlijk doel omarmt en begint effectiever samen te werken). Winkels werken met deurbeleid en mensen houden gepaste afstand.

Er zijn meer werkbare uren door het gebrek aan files. Of beter nog, er is meer tijd voor de familie en voor jezelf. Bovendien zijn het aantal verkeersongevallen en -doden enorm afgenomen. In China zagen ze voor het eerst sinds jaren weer een blauwe hemel, maar ook in Nederland is de luchtvervuiling sinds tijden niet zo laag geweest.

We beginnen langzaamaan te wennen aan het werken vanuit huis. Hoewel het gemis aan direct contact negatief kan zijn heeft het zeker ook positieve gevolgen. Bedrijven die tot een maand geleden alle werknemers continu op kantoor wilde hebben, raken gewend aan video-meetings. Dure kantoren(tuinen) staan leeg, worden misschien wel deels overbodig.

Mensen hebben meer voor elkaar over. Nederlandse iconen als Bavaria en DSM zetten hun productiecapaciteit in om desinfecterende spray te produceren en legio andere bedrijven zetten zich momenteel volledig in om anderen te helpen of creëren de mogelijkheid om anderen te helpen. De zorg loopt hierin voorop en laat zien waar het echt om gaat in het leven: #zorgvoorelkaar. Ze herpakt hiermee de broodnodige erkenning en waardering van het volk en de politiek.

Het mooiste aan Tuckmans model is wat mij betreft dan ook de laatste fase: Performing. Het team heeft zich dan dusdanig ontwikkeld dat het zelfstandig en in meer vrijheid kan opereren. Er is onderling vertrouwen en het werk verloopt soepeler dan voorheen. Als we de norming fase optimaal doorstaan en het ‘normale’ leven straks weer aanvangt, als we de positieve elementen weten te behouden en te optimaliseren, dan houden we er zelfs misschien wel een mooiere wereld aan over.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

De angst voor corona helpt ons uit de kantoortuin

Lege kantoortuin

Terwijl het coronavirus nu ook in Nederland de maatschappij langzaamaan ontwricht, breekt het wel een ander maatschappelijk probleem open. Om verspreiding van het virus in kantoortuinen te voorkomen, laten bedrijven hun mensen massaal vanuit huis werken. En dat kan geen kwaad.

Toen ik in 2011 voor het eerst te maken kreeg met een kantoortuin als werk arena, was ik letterlijk in shock. Ik had tot die tijd als ondernemer gewerkt en bij ons op kantoor was bijna nooit iemand aanwezig. Iedereen deed het werk voornamelijk vanuit huis, bij klanten of on the road. Alleen voor vergaderingen wilde iedereen de afstand en files naar kantoor trotseren. Dat had dan wel als extra voordeel dat je iedereen weer zag en even tijd had om gezellig bij te kletsen.

Dat kletsen was nou juist hetgeen dat me volledig naar de keel greep toen ik voor het eerst plaats nam achter het computerscherm bij mijn nieuwe werkgever. Na de roes van de rondleiding, presentatie voor het hele team en kennismaking met alle nieuwe collega’s was het even schrikken dat die allemaal op slechts centimeters afstand zaten. Inclusief mijn manager die precies achter mij zat en de gehele dag op mijn scherm mee kon kijken.

Praatjesmakers

Aan mijn linkerkant een andere collega, rechts het gangpad. Wat overigens de slechtste plek in de kantoortuin bleek, omdat je dan volledig onderworpen bent aan alle praatjesmakers op de afdeling.

Die zogenaamde gezelligheid maakte dan ook al snel plaats voor irritatie. Als nieuweling had ik nogal wat vragen en dat leidde de rest af. Hoewel een van de beweegredenen voor de kantoortuin is om onderling contact te bevorderen, werkt het averechts. De sfeer wordt er zelfs bewezen slechter op.

Aangezien iedereen je hoort op een open vloer deel je belangrijke (en minder belangrijke) zaken liever digitaal. Op een goed moment telde ik 6 verschillende communicatiemiddelen waarmee we elkaar continu stoorden. Desastreus voor de concentratie en productiviteit.

Afgelopen maand was er wederom ophef rondom een onderzoekvan De Monitor dat de nadelige gevolgen van het open office in kaart bracht. Alsof we het voor het eerst horen: werknemers worden sneller afgeleid, zijn minder productief, blijken meer gestrest, maken sneller fouten en worden daarmee ontvankelijker voor burn-out.

Kostenbesparing?

De kantoortuin, in 1970 uit Duitsland overgewaaid als belofte voor kostenbesparing en meer transparantie onder collega’s, blijkt een fuik waar het bedrijfsleven niet uit lijkt te komen. De negatieve effecten en hoge indirecte kosten van de kantoortuinen worden al jaren in onderzoeken aangetoond, maar terugdraaien blijkt een pijnlijke en vooral kostbare uitdaging.

Terwijl een aantal oplossingen tamelijk voor handen liggen. Laat mensen meer thuiswerken of in co-working spaces – plekken waar mensen van verschillende bedrijven werken. Dat zorgt voor minder drukte op kantoor, minder files op de wegen, verlaging van de CO2-uitstoot, minder tijdverspilling en daarmee binnen en buiten kantoor minder irritaties.

Als je dan ook de kosten wegzet tegen de opbrengsten, wordt het opeens een stuk aantrekkelijker om als werkgever je collega’s wat meer flexibiliteit te gunnen. Letterlijk dus extra productiviteit, meer vrijheid en flexibiliteit en minder ziekte voor een gemiddelde prijs van € 200,- per maand voor een co-working space of de rekening van de koffie in het tentje bij je werknemer op de hoek.

Nu steeds meer bedrijven hun werknemers naar huis sturen in de strijd tegen het coronavirus, is het misschien de moeite waard om het ook bij jou op kantoor een keer uit te proberen?

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Heel Holland coacht, maar bakt er weinig van

Frustrated man

Nederland telt momenteel 65.000 coaches. Dat is een verdubbeling in de afgelopen vijf jaar. Tv-programma Rambam publiceerde in januari de documentaire Heel Holland Coacht waarin ze de wildgroei en de gevolgen ervan in kaart brengen. Dit leverde behoorlijk schokkende beelden op van coaches die er, zeg maar gerust, gevaarlijke praktijken op na hielden. Uiteraard kiezen ze voor het programma de meest extreme gevallen, maar ik kan uit eigen ervaring beamen dat het niet al te veel moeite kost om die te vinden.

Een paar maanden geleden plaatste ik zelf een oproep op LinkedIn met de melding dat we op zoek zijn naar ervaren coaches. Binnen no-time had ik zoveel reacties dat ik de post offline heb gehaald. Na 5 uur reageren op alle reacties keek ik al niet meer op van de vraag of ik weleens op mijn blote voeten in de wei heb gestaan, omdat dat de ultieme oplossing zou zijn tegen stress.

LinkedIn is sowieso een kweekvijver voor de aspirant coach. Als ondernemer word je dagelijks wel benaderd door coaches met de belofte je te helpen je bedrijfsresultaten drastisch te vergroten of in ieder geval een topondernemer van je te maken. Vaak hebben ze zelf niet eens een bedrijf gerund of misschien hooguit een keer geluk gehad met een internetstart-up, maar ze ontfermen zich nu wel over de zakelijke capaciteiten van andere ondernemers. Zodoende wordt er ook in het bedrijfsleven inmiddels gewaarschuwd voor de wildgroei aan zelfbenoemde business coaches.

Ook qua coach-aanpak is er een enorme diversiteit. Zo zie je in de documentaire ‘Nu verandert er langzaam iets‘ van Menna Laura Meijer uiteenlopende, op het eerste gezicht volstrekt mesjokke technieken om de deelnemer(s) tot inzichten te laten komen. Van boomklimmen, varkens masseren, schreeuwsessies en ayahuaska ceremonies tot aan een dame die je stresslevels verlaagd door je via Youtube te verzorgen, je haar virtueel kamt en je liefkozend toespreekt.

Een goeie coach heeft al die toeters en bellen in principe niet nodig, maar het kan uiteraard helpen bij de effectiviteit van je sessie. Ik ben zelf onlangs op mijn leiderschap skills gecoacht, diep in de jungle van Ghana. De extreme omstandigheden; heet, vochtig, muggen, fysiek zwaar, geen enkele faciliteiten en een team deelnemers dat elkaar nog niet kende, droegen allemaal bij aan de optimale setting om onze leiderschapskwaliteiten op de proef te stellen. Belangrijkste was echter de professionaliteit van het coachteam dat jaren ervaring heeft met het coachen van leiders in het bedrijfsleven en in het leger.

Over het algemeen kan je dan ook prima zelf bepalen wat wel bij je past en wat niet. Online vind je legio lijstjes en tips waar je op moet letten bij de selectie van de beste coach voor het juiste doel. Daarnaast zijn referenties van vrienden of collega’s nog altijd een goede bron van inspiratie.

Het probleem begint alleen op het moment dat je er liever niet meer met anderen over praat. Als je juist een coach nodig hebt omdat je er zelf niet meer uitkomt. Als de stress te hoog wordt of je psychische problemen ontwikkelt.

Gelijk aan het aantal burn-outs heeft ook het aantal specifieke stress en burn-out coaches de afgelopen jaren een enorme groei doorgemaakt. Daar zitten ongetwijfeld kundige coaches tussen, maar als je het gevoel hebt dat je echt op het randje balanceert ga dan voor iemand met de juiste certificering en betrouwbare referenties.

Iemand die je als dat nodig is doorverwijst en die het verschil weet tussen te veel stress en depressie. Niet iemand die je die depressie nog eens extra aanpraat. In dat geval worden de autodidactische ervaringsdeskundigen, die met name professioneel zijn in het opstellen van de factuur, opeens een groot gevaar.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Stop met nee zeggen

Massaal gingen we vol goede voornemens het nieuwe jaar in. 81 procent van de bevolking nam zich op 1 januari enthousiast voor om te stoppen met roken, meer te gaan sporten of die laatste oliebollen te laten staan.

Inmiddels zitten de eerste twee weken van januari erop en de kans is groot dat de meeste mensen er alweer de brui aan hebben gegeven. Ook wel logisch, want het gemiddelde goede voornemen klinkt meer als een straf, niet iets waar je lekker mee aan de slag wil gaan.

Neem de top 3 goede voornemens. ‘Afvallen’ vertaalt zich sowieso in ergernis aan al het lekkers wat aan je neus voorbijgaat. Het algemene ‘meer sporten’ is steevast een voornemen van mensen die sowieso al een pesthekel hebben aan sporten en er meteen al tegenop zien.

De nieuwe nummer 1: je minder druk maken. Deze klinkt wel al een stuk positiever. Alleen in de uitwerking gaat het mis.

Onze werkdruk neemt ieder jaar toe. Dat we het drukker krijgen staat dus vast. Je hier minder druk over maken lijkt dan ook een utopie. De oplossing wordt vaak gezocht in het ‘nee leren zeggen’ op alles. Deze generieke en over-hypete werkethos helpt je inderdaad op korte termijn om symptomen te bestrijden, maar zonder krachtige motivatie waarom je dat doet blijft het een trucje. Geen oplossing.

Nee zeggen‘ helpt bovendien niet tegen FOMO: fear of missing out. De vraag is of je er überhaupt blij van wordt als het je lukt om nee te zeggen tegen iets dat je eigenlijk graag had gedaan. Of dat je je goed voelt als je je collega hebt laten zitten? Met andere woorden; de kans dat je je hier juist druk over gaat maken is groot. Bovendien breng je hiermee, net als bij het afvallen, je aandacht direct naar datgene dat je juist wilde voorkomen.

In plaats van je bezig te houden met wat je niet wilt, kun je beter focussen op zaken die je juist wél wilt bereiken. De kans op een positief resultaat is groter als je je richt op iets dat je zelf echt wilt, dan op iets negatiefs dat je wilt voorkomen. Alles wat je aandacht geeft groeit nou eenmaal.

Het grote nadeel zit hem er alleen vaak in dat mensen geen duidelijk doel hebben en daarmee word je al snel onderdeel van andermans doel. Waar je dan weer nee tegen moet leren zeggen. Nagenoeg elk bedrijf heeft doelen met bijbehorend strategisch plan, dus waarom jij niet voor jezelf?

Al is het maar een klein doel. Schrijf je in voor een obstacle run of pak een van de City Swims mee voor het goede doel. Die vind je tegenwoordig in de grachten van bijna elke stad. Dat is niet alleen een stuk concreter dan ‘meer gaan sporten’, maar ook motiverender. Bovendien geeft het je iets om naartoe te leven. Op weg naar dat doel is afvallen een mooie bijvangst.

Stop dus met focus op ‘nee’ zeggen. Ga je richten op wat je echt wilt bereiken en hoe je dat wilt gaan doen. Als je volmondig ‘ja’ zegt tegen iets waar je enthousiast van wordt blijft er sowieso minder tijd over voor andere zaken om nee tegen te zeggen.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Goed nieuws voor iedereen met een manager

Interview

Het einde van het jaar komt er weer aan. Tijd voor alle hartverwarmende clichés; uitgedoste etalages en vrolijke verlichting in de winkelstraten, een overvloed aan cadeautjes en de eindejaarsgesprekken. En juist wat betreft die laatste, ook wel bekend als de zo gevreesde beoordelingsgesprekken, is er goed nieuws!

Het bedrijfsleven begint eindelijk in te zien dat deze gesprekken in de huidige opzet niet geheel meer passen in deze tijd. Dat de effectiviteit toch een beetje achterhaald is. Als ze überhaupt ooit echt effectief zijn geweest.

Iemand aan het einde van het jaar pas beoordelen is funest. Als er iets speelt, bespreek het dan zo snel mogelijk. Hoe langer je daarmee wacht, des te minder de kans dat je collega er iets van kan leren.

Het zijn over het algemeen ook niet de meest positieve gesprekken. Met name omdat ze vaak direct effect hebben op het salaris of de bonus van de beoordeelde. Door die koppeling vervaagt beoordelen al snel in veroordelen.

Medewerkers gaan het gesprek sowieso alleen maar in met het oog op de jaarlijkse salarisverhoging. Die staan echt niet te popelen voor een dosis last-minute adviezen en verbeterpunten voor het komende jaar.

De gemiddelde manager moet vaak meerdere medewerkers een onderbouwde beoordeling geven. En dat is veel werk. Ook voor de medewerker, want ook die moet zich voorbereiden. Uiteindelijk kost het iedereen heel veel energie, tijd en geld.

Professor Kilian Wawoe heeft de kosten hiervan aardig in kaart gebracht; de kosten van de beoordelingsgesprekken aan uren van managers, IT-ondersteuning voor de processen en begeleiding vanuit personeelszaken lopen op tot 1 miljard euro per jaar! Wawoe heeft er inmiddels meerdere boeken over geschreven en is al sinds begin 2000 bezig om de beoordelingsgesprekken de kop in te drukken.

Dit is overigens geen vrijbrief om helemaal geen beoordelingsgesprekken te houden, maar als je iemand wil beoordelen en je wilt dat dit ook een positief effect heeft, koppel het dan a) los van de beloning, b) maak het een ongoing proces en c) zorg dat je input hebt vanuit meerdere invalshoeken.

Bij mijn vorige werkgever hadden ze daar iets op bedacht; peer reviews. De goudeerlijke en onverbiddelijke feedback van je collega’s. Die je zelf uit mocht zoeken, dat dan weer wel. Hier zit echter wel een krachtige kern in. Met mooie rapportages kun je een drukke manager die veel collega’s aanstuurt nog wel om de tuin leiden. Je collega’s prikken daar makkelijker doorheen.

In lijn met de aanpak van onbepaalde vakantiedagen kan je het jezelf als manager een stuk makkelijker maken. Laat het team zelf ook elkaars prestaties beoordelen. Twee zien meer dan een en als manager sta je dan niet alleen in je oordeel. Er zijn legio start-ups die team feedback functionaliteiten bieden als Impraise en Starred.

Ga vaker met je medewerkers in gesprek over hoe het gaat en waar je beide tegenaan loopt. Houd die gesprekken samen bij en plan aan het einde van het jaar een gesprek puur over de financiële vergoeding op basis van die gesprekken en inzichten uit het team. Die uitkomst kan dan ook geen verrassing meer zijn.

Uiteraard kost dat ook tijd, geld en energie. Alleen gebruik je die dan om met zijn allen te groeien in plaats van elkaar nog net even voor de feestdagen te veroordelen. Daarmee behoud je ook de relatie tussen medewerker en manager. Dat is goed nieuws voor jou. En voor je manager.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Wees geen Baudet en houd het simpel

Difficult information

“Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd.”

Johan Cruijff kwam er mee weg. Sterker nog, die stond bekend om zijn intrigerende uitspraken. Maar dat geldt helaas niet voor iedereen. Sterker nog, het lijkt wel alsof er steeds meer trainers en sprekers komen die hun verhaal zo moeilijk maken dat je minimaal in het onderwerp afgestudeerd moet zijn om er iets van te begrijpen. De koploper is wat dat betreft Thierry Baudet die tijdens zijn eerste speech door de Kamervoorzitter eraan herinnerd moest worden dat er in de Tweede Kamer gewoon Nederlands wordt gesproken, niet Latijn.

Ik kom zelf net uit de zoveelste presentatie over een, in mijn beleving, fascinerend onderwerp: vitaliteit. Noem me een vakidioot, maar de vraag hoe je jezelf vitaal houdt in deze toch wel hectische tijd, helemaal hoe je die vitaliteit ook binnen je team waarborgt, vind ik mateloos interessant. Ik heb de afgelopen jaren dan ook alles verorberd op dit gebied en bezoek net als vandaag menig congres met dit thema.

Mijn grootste (en meteen ook simpelste) inzicht daarbij is dat je juist niet te veel over vitaliteit moet praten. Je moet vitaliteit ervaren. Het heeft maar beperkte zin om precies uit te leggen wat er in onze hersenen gebeurt of waarom we moe worden van multitasking.

In een poging zo volledig mogelijk te zijn en de diepgewortelde kennis te verspreiden, vermoeid menig spreker zijn of haar publiek met zoveel feiten en wetenschappelijke onderbouwing dat de helft van het publiek na 15 minuten volledig de kluts kwijt is. Vaak ondersteund door een powerpointpresentatie met zoveel tekst dat het publiek niet weet of ze moeten lezen of luisteren. Er wordt gestrooid met dure termen en moeilijke grafieken die doen voorkomen dat de spreker erg kundig is. Maar mij ben je kwijt. En een hoop aantal anderen om mij heen ook zo te zien.

Na afloop wil niemand zich laten kennen. Je hoort de gesprekken om je heen: “Wat vond je ervan? Ja, heel interessant wel.” Uit het meteen daarop verstommen van het gesprek blijkt duidelijk dat beide toeschouwers eigenlijk geen idee hebben wat nou precies de boodschap was.

Niet alleen vanaf het podium, ook digitaal word je regelmatig bedolven onder vocabulaire uitdagingen die meer bedoeld zijn om de kennis van de zender te demonstreren dan het ontlokken van een reactie van de ontvanger.

Een eigen ervaring: niet zolang geleden reageerde een lezer via LinkedIn op mijn column over het Tony Robinsson syndroom. Hierin maak ik me hard voor het feit dat je actief gebruik moet maken van het momentum na een training (nieuwe zaken geleerd) of na een vakantie (nieuwe energie). Dat je moet voorkomen dat je niet in de dagelijkse sleur vervalt. Zijn reactie: “Als je authentiek-autonoom bent hoef je alleen voor niets te waken.”

Nou moet ik eerlijk bekennen dat ik de term authentiek-autonoom even moest opzoeken. Ik ben gelukkig niet de enige bleek uit de uitleg van Peter Henk Steenhuis in de Trouw. Het stukje proza klonk misschien interessant, maar het werd mij niet duidelijk hoe die nou precies verband hield met mijn column of welke reactie verwacht werd?

Het is natuurlijk fantastisch als je heel veel kennis hebt van een onderwerp, dat je je jaren hebt verdiept en alle jargon en dure termen eigen hebt gemaakt. Maar als je geen Johan Cruijff heet, zorg dan dat je publiek gewoon begrijpt waar je het over hebt.

Hidde de Vries

Oprichter The Recharge Company

Fysiek fit, maar mentaal gepensioneerd?

Mentaal gepensioneerd

Vorige maand kwam de term ‘mentaal gepensioneerd‘ weer in het nieuws. Gezondheidswetenschapper Jenny Huijs deed onderzoek naar dit fenomeen. Je kent vast ook wel zo iemand in jouw eigen omgeving: een collega, die zoals Jenny Huijs het omschrijft, totaal geen binding meer heeft met het bedrijf, door collega’s niet wordt gewaardeerd en geen zin meer heeft om nieuwe dingen te leren.

Zo trof ik zelf een half jaar geleden ene Henk in een van onze trainingsprogramma’s. Op de vraag wat hij uit het programma wilde halen was het antwoord duidelijk: niets. Op de vraag of het niet wat zonde was van zijn tijd (en die van ons) om er dan alsnog bij te zitten, bleef hij een antwoord schuldig. Ik hield toch maar vol en vroeg hem wat zijn motivatie dan was op werkgebied (of daar buiten). Daar had hij wel een duidelijk antwoord op: zijn pensioen.

Onderling werd er wat meelijwekkend gelachen, maar over het algemeen werd Henk genegeerd. Het hielp de sfeer in de groep in ieder geval niet. En Henk is niet de enige binnen het bedrijfsleven. Gemiddeld schijnt meer dan 1 op de 8 werknemers al met mentaal pensioen gegaan te zijn.

De misvatting daarbij is vaak dat de mentaal pensionado’s degene zijn die qua leeftijd al daadwerkelijk richting hun pensioen gaan. Die hun tijd uitzitten tot ze mogen afzwaaien. Zorgelijk wordt het als je bedenkt dat het met name dertigers en veertigers treft. Werknemers die in de bloei van hun carrière zouden moeten staan, maar die volledig hun ambitie en inspiratie in hun dagelijkse werk en het vertrouwen in hun leidinggevenden verloren zijn.

Leidinggevenden nemen zo’n situatie vaak voor lief: hij of zij is nou eenmaal zo. Onzin! Daarmee neem je als leidinggevende dezelfde slachtofferrol aan als je mentaal gepensioneerde collega. Natuurlijk is het leuker om je tijd en energie te steken in de beste paarden van stal, getuige ook de opmars van talentmanagementprogramma’s. Alleen is dit vaak maar een klein deel van het team.

Het niet weten te motiveren van de mentaal gepensioneerde in je team is simpelweg een groot risico. Zo iemand zit niet alleen zichzelf in de weg en presteert ondermaats, maar verspreidt ook negativiteit binnen de rest van het team. Laat staan als deze medewerker ook nog contact heeft met klanten. Tel uit je winst (of juist verlies).

De natuurkundige Neil Degrasse Tyson omschreef het mooi:

“The problem, often not discovered until late in life, is that when you look for things like love, meaning, motivation, it implies they are sitting behind a tree or under a rock. The most successful people recognize, that in life they create their own love, they manufacture their own meaning, they generate their own motivation.”

Als je werknemer dan even niet zo succesvol is en het zelf creëren van motivatie niet voor elkaar krijgt, help hem daar dan bij. Onze ervaring leert, en zo blijkt ook uit het eerdergenoemde onderzoek, dat eenvoudige interventies als andere verantwoordelijkheden, een nieuw (team)doel of vrijere werktijden al een uitkomst bieden. Dat vergt inzet van beide kanten, maar loont voor het hele team.

Henk zijn team had in ieder geval mooie vorderingen gemaakt. Als team hadden ze hernieuwde motivatie en een nieuw doel om aan te werken. En zelfs Henk ging voor het eerst sinds tijden stralend de deur uit. Hij kon voor zichzelf met een aantal concrete stappen aan de slag.

En, als klap op de vuurpijl, was hij ook nog eens 8 uur dichter bij zijn pensioen.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Is dit de belangrijkste oorzaak van burn-outs?

Mobiele telefoon

We gaan massaal ten onder aan een informatie-overload, lees ik steeds vaker. Meer dan 2 miljoen Nederlanders hebben moeite de huidige stroom aan informatie op te nemen, laat staan te verwerken. Hoogopgeleiden, vooral managers in de zorg, onderwijs en ICT, zijn de grootste slachtoffers. Laten daar nou ook juist de hoge uitschieters zitten als het gaat om het aantal burn-outs.

Tony Crabbe toont in zijn besteller Busy al aan dat we sinds 1985 meer dan 5 keer zoveel content consumeren en meer dan 200 keer zoveel content produceren. Geen wonder dat mensen klagen dat ze moe zijn.

Wat is het eerste wat jij deed?

Die informatieconsumptie wordt ons dan ook heel makkelijk gemaakt. Zeg nou eerlijk, wat is het allereerste dat jij vanochtend gedaan hebt? Grote kans dat je je mobiel hebt gepakt. Dat zou dan de eerste keer zijn van de 50 tot 100 keer dat je je telefoon pakt per dag. De gemiddelde Nederlander zit zelfs zo’n 3 tot 4 uur per dag op zijn telefoon. Omgerekend: zo’n 50 volledige dagen per jaar. Dat is 300 marathons. Genoeg tijd voor een wereldreis. De helft van je werkdag. Iedere werkdag.

Die tijd op je mobiel is niet alleen voor een groot deel overbodig, het levert vaak ook de nodige stress op. Uit onderzoek blijkt dat een website die er te lang over doet om te laden op je mobiel, net zoveel stress oplevert als het kijken van een horrorfilm.

Social media en mail activeren een lichte vorm van fight or flight-respons, lees: stress, in je lichaam. Onze verhoogde schermtijd wordt zelfs in verband gebracht met de stijging van depressies en zelfdoding onder jongeren.

Het is dan ook niet gek dat onder andere de uitvinder van de iPhone en de iPad, zijn kinderen zelf niet of nauwelijks op deze devices liet spelen. Opmerkelijk is overigens dat sinds de lancering van diezelfde iPhone in 2007 het aantal mensen dat last heeft van burn-out symptomen drastisch is gestegen.

Nachtrust verbeteren

Om al die indrukken en informatie te verwerken en ruimte te maken voor nieuwe informatie is een goeie nachtrust essentieel. Alleen appen, swipen en pingen we ook in bed vaak nog vrolijk door tot we gaan slapen. Zo blijven we ‘aan’. Wij adviseren tijdens onze trainingen dan ook altijd om minimaal een uur voordat je gaat slapen je mobiel uit te zetten. Simpelweg omdat het de kwaliteit van je nachtrust verbetert.

De mobiel is een geaccepteerd onderdeel van onze maatschappij. Een gokverslaafde achter een gokkast is een sneu gezicht, maar onze verslaving aan dopamine leggen we ongegeneerd naast ons op tafel als we in gesprek zijn. Er zou toch zomaar iets belangrijkers voorbij kunnen komen.

Gebrek aan concentratie is een steeds grotere kostenpost in het bedrijfsleven, maar de grootste stressveroorzaker ooit ligt gewoon naast ons als we aan het werk zijn.

Tegenbeweging

Gelukkig komt er steeds meer tegenreactie vanuit dezelfde maatschappij die ons de techniek heeft geboden. Computerwetenschapper en ex-Googler Tristan Harris maakt zich hard voor het minimaliseren van onze afleiding door mobiele telefoons en ook grotere Amerikaanse investeringsfondsen leggen bedrijven als Apple het vuur aan de schenen om verantwoordelijker met onze verslavingsgevoeligheid om te gaan. Er is zelfs een ware strijd uitgebroken om de app te ontwikkelen die ervoor zorgt dat je zo min mogelijk op je mobiel zit.

Die beweging wordt dan wel weer tegen gewerkt door de telefoonproducenten zelf. Uiteindelijk levert jouw ‘screen time’ data en dus geld op voor het bedrijfsleven. De vraag is alleen wat jij er uiteindelijk aan overhoudt…

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Hoe behoud je je voornemens na je vakantie?

Er is tegenwoordig zelfs zoiets als post-vakantiestress en post-vakantie burn-out. Maar ook voor degenen die wel volledig tot rust zijn gekomen tijdens hun vakantie, die opgeladen en met de beste voornemens terugkomen, is de realiteit vaak anders.

Terwijl veel mensen tijdens de vakantie zowel hun energie als ook hun motivatie vaak een boost geven, zakt de energie na terugkomst vaak snel weer weg. Er blijkt geen tijd voor de voorgenomen extra uurtjes in de sportschool. Het doorpakken op die klus verloopt toch weer stroef. Het lukt alsnog niet om meer rust aan te brengen in je werkdag.

Ik noem dat het Tony Robbinssyndroom. Tony Robbins is bij uitstek de grootste naam ter wereld op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Hij presteert het om de vaak duizenden bezoekers van zijn seminars te enthousiasmeren en letterlijk te betoveren. Deelnemers die elkaar nog nooit eerder hebben gezien, staan binnen 5 minuten met elkaar te high fiven, elkaar te knuffelen en delen hun grootste verlangens en uitdagingen voor de hele groep.

Tony neemt een enkeling daarbij een-op-een (met duizenden omstanders daar weer omheen) onder handen, waarna de betreffende individu boven zichzelf uit lijkt te stijgen aan de hand van de nieuw verkregen inzichten. Zakelijk of privé.

Ondanks dat wij Nederlanders toch tamelijk nuchter zijn en delen van de toch wat über-Amerikaanse show aan ons voorbij gaan, komt toch nagenoeg iedereen vol energie en de beste intenties weer terug naar de realiteit.

“Deelnemers die elkaar nog nooit eerder hebben gezien, staan binnen 5 minuten met elkaar te high fiven, elkaar te knuffelen en delen hun grootste verlangens en uitdagingen voor de hele groep.”

En daar gaat het vaak mis. Volledig varend op de roes en inspiratie van de afgelopen dagen kom je weer op je werk waar je vol overgave en enthousiasme over je nieuwe ervaringen en inzichten uitweidt. Helaas is je vertrouwde omgeving niet betoverd. Je moet dus sterk in je schoenen staan om vast te houden aan je nieuwe voornemens. Binnen enkele dagen zijn die dan ook bij veel mensen weer volledig vervlogen.

Helaas geldt het Tony Robbinssyndroom eigenlijk voor heel veel trainingen, workshops en seminars. Tijdens het programma is iedereen on-board, vol energie en motivatie om de zaken anders aan te gaan pakken. Maar zodra je terug bent in de realiteit van alledag, met je collega’s die de training niet hebben gevolgd, vervliegen alle goeie intenties.

“Voorkom dat jouw nieuwe energie, maar ook die van je collega’s, verdwijnt als sneeuw voor de vakantiezon.”

Net als bij goede voornemens, sneuvelt 83 procent van onze plannen binnen no-time. Probeer dan ook niet te veel zaken tegelijk te veranderen en beschouw elke verandering als project op zich. Hoe en wanneer ga je de nieuwe inzichten inbouwen in je agenda? Wil je jouw kansen verhogen? Betrek dan ook je omgeving erbij.

Zo ook na die heerlijke vakantie. Voorkom dat jouw nieuwe energie, maar ook die van je collega’s, verdwijnt als sneeuw voor de vakantiezon. Dat alle opstartpaniek de motivatie de das om doet. Zorg dat je die positieve voornemens omzet in gezamenlijke voornemens. Neem de tijd om in je team nieuwe plannen te maken, de stip op de horizon aan te halen en te bepalen hoe en wanneer je de resultaten gaat vieren.

Het laatste, voor veel bedrijven belangrijkste, kwartaal van het jaar staat voor de deur. Een goede start is het halve werk.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company