Category

Column

Zo kan stress juist positief voor je uitpakken

In hun boek Nooit Af, tekenen Martijn Aslander en Erwin Witteveen een beeld van een wereld die nooit meer af is en waar we steeds minder controle op hebben. Laat dat helaas ook een van de voornaamste redenen zijn waarom we stress ervaren. Het gebrek aan controle over een bepaalde situatie.

In een wereld waar het aantal bewoners de afgelopen 100 jaar bijna vier keer zo groot is geworden en waarin de technologische ontwikkelingen niet meer bij te houden zijn, neemt stress dan ook navenant toe.

Overal lees je over de negatieve gevolgen van die stress. Maar is dat terecht?

Stress kan inderdaad behoorlijk verlammend werken. We hebben allemaal wel gehoord van de vlucht- of vechtreactie die in ons brein geactiveerd wordt als we veel stress ervaren. Ons brein bereidt ons voor op actie. Waar de stressvolle situatie vroeger vaak daadwerkelijk levensbedreigend was, is die tegenwoordig vervangen door een opkomende presentatie, deadlines en werkdruk.

De stress die je lichaam en hoofd hierbij opbouwen is er juist om je te helpen scherper te zijn en sneller te reageren. Je gaat in principe beter functioneren. Je wordt creatiever en komt daarmee tot slimmere oplossingen.

Te veel stress, te vaak of continu is absoluut niet goed voor je. Maar als jij goed met stress leert omgaan, stress leert te waarderen voor wat het is en na een stressvolle situatie de rust pakt om te herstellen (we werken niet te hard, we ‘rechargen’ gewoon te weinig), dan word je er alleen maar sterker van.

Een bekend onderzoek naar de effecten van stress vanuit Stanford University volgde daarvoor gedurende 8 jaar 30.000 volwassenen. Deelnemers werden 2 vragen gesteld.

De eerste was: Hoeveel stress ervaar je; 1) Weinig, 2) Matig, 3) Veel?

Vervolgens werden de overlijdensregisters in de gaten gehouden om te controleren hoeveel deelnemers kwamen te overlijden.

De resultaten waren schokkend. Deelnemers die aangaven dat ze veel stress ervoeren bleken een 43 procent hogere kans op overlijden te hebben. Maar, dat was alleen zo als ze de tweede vraag ook positief hadden beantwoord: Denk je dat stress een negatieve impact op je heeft?

Deelnemers die niet dachten dat stress een negatieve impact op hen had, hadden zelfs met hoge stressniveaus minder kans op overlijden dan degene met lage stress en een negatieve stressbeleving. Jouw stressbeleving zegt dus heel veel over het feit of stress je lam legt of dat het je helpt om tot actie over te gaan of tot creatieve ideeën te komen.

Wij zijn zelf als trainingsbureau voortdurend op zoek naar nieuwe programma’s en technieken om mensen beter met die stress om te leren gaan. Mocht je zelf ook aan de slag willen om je eigen stress levels om te zetten in veerkracht, dan kan dat al met de volgende 3 simpele stappen:

  1. Word je bewust van het feit dat stress juist behulpzaam voor je is.
  2. Zoek stressvolle situaties op om hiermee te oefenen, om je stressbeleving positief te zien.
  3. Deel dit inzicht met anderen. Niet alleen leer je een ander dan ook beter met stress omgaan, maar je maakt ook gelijk oxytocine aan. Dat hormoon zorgt er namelijk weer voor dat je brein beter tegen stressvolle situaties kan.

Zoombies zijn een groter gevaar dan corona

Na een half jaar thuiswerken is de rek eruit. Kranten koppen met ‘Eenzaamheid grijpt thuiswerkers naar de keel‘, het risico dat we massaal ‘digitale lopendebandmedewerkers‘ worden en dat ‘ruim de helft van de jongeren angstig of gestrest is door corona’.

Ondanks dat sommige bedrijven inmiddels juist een grote kans zien in het nieuwe thuiswerken, sluimert er een groot risico. Initieel toonde onderzoek aan dat leidinggevenden zich met name druk maakten over de productiviteit en betrokkenheid van werknemers. Overwerk en eenzaamheid volgenden pas veel later. Inmiddels blijken die psychische gevolgen veel zorgwekkender.

De gemiddelde werknemer verandert langzamerhand in een Zoombie. Dagelijks spreek ik mensen die van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat achter hun scherm zitten gekluisterd. Non-stop van het ene gesprek in het andere overgaan. Op dezelfde stoel, in dezelfde kamer. Zonder verder enige fysieke vorm van beweging, interactie of communicatie.

De angst voor corona, baanonzekerheid en gebrek aan fysiek contact heeft ervoor gezorgd dat veel werknemers een continue gevoel van stress ervaren. Met als gevolg dat ze een tunnelvisie creëren en niet meer logisch nadenken.

Je grijpt dan vaak naar de meest voor de hand liggende zaken. In dit geval nog harder werken, omdat je daarvan in ieder geval weet dat het van je verwacht wordt. Als je maar zichtbaar bent, kan je baas je daar in ieder geval niet op afrekenen.

Het is dankzij de crisis vaak extreem hectisch met weinig tijd voor persoonlijke aandacht. Videobelsessies gaan nagenoeg alleen nog maar over het bedrijf. Het contact dat we hebben wordt steeds oppervlakkiger. De vrees dat iemand echt gaat vertellen hoe het met hem of haar gaat is iets waar we momenteel geen raad mee weten.

Er ontstaat daardoor een groot gebrek aan Vitamine A (aandacht). Terwijl we dat als mens nu juist zo hard nodig hebben. Zonder die aandacht verdwijnt een andere essentiële factor in het menselijk welbevinden als sneeuw voor de zon: vertrouwen. Dat gebrek aan vertrouwen zorgt weer voor een enorme lading negatieve stress. Oftewel een negatieve spiraal naar de bodem.

Dat dat niet lang goed gaat, kun je op je vingers natellen. Dat blijkt ook het recente testonderzoek van het NCPSB (Nationaal Centrum Preventie Stress en Burn-out). Ze kijken hierbij niet naar een momentopname, maar geven ook een vooruitblik. Dit gebeurt op basis van indicatoren die mogelijke stress en burn-out gerelateerde klachten in kaart brengen.

Volgens het NCPSB hebben we momenteel te maken met 4 miljoen Nederlandse werknemers, bijna de helft van de werkende bevolking, die vanwege burn-out gerelateerde klachten uit kunnen vallen. Deze ‘gedeeltelijke’ lockdown kan daarmee meer kapot maken dan je bedrijf en je medewerkers lief is.

Adviezen waarvan ik zie dat ze voor ruimte zorgen zijn:

  • Stop met continue Zoomen (of welke videobel-app dan ook). Wissel digitale sessies af met gewone telefoongesprekken en houd die telefoongesprekken lekker lopend, buiten in de natuur. Beweging en frisse lucht zijn goed voor je lijf en je hersenen.
  • Probeer waar mogelijk gedurende de dag van omgeving te veranderen, maar blijf hoe dan ook niet de hele dag op dezelfde stoel zitten.
  • Zorg dat meetings maximaal 50 minuten duren in plaats van 60. Zo heb je de mogelijkheid om je benen te strekken, water te drinken en je hersenen te heractiveren.
  • Zet alles uit aan het einde van de dag. We missen daarvoor ons ritje naar huis, dus ga met de kinderen spelen, een boodschap doen, ruim je spullen weg. Zorg dat de keukentafel weer de keukentafel wordt.
  • Doe iets voor een ander. Je prikkelt daarmee je brein op dezelfde manier als dat je zou doen als je iemand daadwerkelijk ziet.
  • Zorg voor positieve energie. Een mooi voorbeeld is de rappende Meester Martijn die tijdens de eerste lockdown een TikTok-account aanmaakte om zo met zijn leerlingen in contact te kunnen blijven.
  • Stop met continu het (negatieve) nieuws te volgen. Daar ga je toch niets aan veranderen.

Het is de vraag of de kosten van deze gedeeltelijke lockdown opwegen tegen de baten, maar voorlopig moeten we er wel aan geloven. Hang in there.

Social media: een zegen of bedreiging?

Ondanks dat er momenteel weinig gesprekken bij de koffieautomaat worden gevoerd, zal het je waarschijnlijk niet zijn ontgaan dat Netflix onlangs the Social Dilemma heeft gelanceerd. Een spraakmakende documentaire over de negatieve effecten van het internet en dan met name social media.

De hoofdrollen worden vertolkt door veelal ex-medewerkers van techbedrijven die hun zorgen uiten over de gevaren van, met name, social media. Op zijn Amerikaans weten de makers vijf minuten informatie uit te spreiden over ruim anderhalf uur.

De interviews zijn perfect in scène gezet, aangevuld met een melodramatisch portret van een familie die herkenbaar struggelt met haar mobiele telefoongebruik. Om het wat zwaarder aan te zetten, wordt de nadruk met name gelegd op de negatieve impact van social media op de kinderen in het gezin.

Voor de meeste lezers waarschijnlijk niet echt iets nieuws. Wel maakt de documentaire nogmaals haarfijn duidelijk dat gratis niet bestaat. Oneliners als: “Als je niet hoeft te betalen voor een product, dan ben je zelf het product” en “social media en drugsdealers zijn de enigen die hun klanten ‘gebruikers’ noemen”, waarschuwen ons voor de verslavende en negatieve werking van social media.

Toegegeven, we zitten met zijn allen heel veel tijd op social media (gemiddeld anderhalf uur en jongeren bijna tweeënhalf uur per dag). Steeds meer jongeren kampen met burn-out verschijnselen, omdat social media-gebruik de prestatiedruk zou verhogen. Jongeren zouden een waanwereld ontwikkelen die kan leiden tot zaken als Snapchat-dysmorfie (het willen lijken op jezelf zoals je eruit kan zien door een Snapchat-filter).

Maar net als met alle ontwikkeling, zijn er twee kanten aan de medaille. Het is mede dankzij social media dat we een transparantere wereld hebben waarin bepaalde zaken sneller aan het licht komen. Zo is de genoemde prestatiedruk voor een deel toe te dichten aan social media, maar voor een evenredig deel aan de hogere verwachtingenvan ouders.

Zonder social media had de #metoo-beweging nooit zoveel impact gehad. Sterker nog, dan had het concept van de hashtag nooit bestaan, of de Ice Bucket Challenge die internationaal viral ging via social media en meer dan 220 miljoen dollar ophaalde in de strijd tegen ALS. Of Sweetie; het virtuele meisje van Terre Des Hommes zorgde ervoor dat duizenden pedofielen via diezelfde social media geïdentificeerd werden en vervolgd.

Uiteraard is het goed om de gedragingen en functionaliteiten van social media-platformen in de gaten te houden, maar belangrijker is het om als ouder je rol te pakken. In plaats van social media de schuld te geven, je te verdiepen in je kinderen en wat ze doen. Ook online. Ze meenemen in de risico’s en wegwijs te maken, in plaats van alleen maar druk te zijn.

Een prachtig voorbeeld hiervan zagen we afgelopen week bij Eva Jinek aan tafel. Famke Louise die de frustratie van een hele generatie vertolkt waar iedereen in eerste instantie over valt en van alles van vindt (ik zelf net zo goed), maar daarmee lijnrecht tegenover een oplossing komt te staan.

Je kan ook zoals Diederik Gommers het gesprek aangaan vanuit respect met als resultaat dat de ander na gaat denken. Dat kan ook bij je kinderen. Zodat ze zelf kunnen bedenken hoe serieus ze social media moeten nemen.

Tijd om weer samen te komen

Als je net weer helemaal opgeladen terug bent van een vakantie in binnen- of buitenland, hou dat positieve gevoel dan nog even vast. Probeer alle negativiteit en onzekerheid omtrent corona en haar gevolgen te beperken tot het hoogst noodzakelijke.

Die negativiteit werkt verlammend. De afgelopen maanden hebben we onszelf behoorlijk uitgeput met een constante stroom negatieve informatie. Wekelijks krijgen we weinig opbeurende updates, vooral over wat er allemaal niet kan. Dagelijks gevolgd door de speculaties wat dit dan weer voor negatief effect op de economie en onszelf heeft.

Gelukkig is Maurice de Hond inmiddels weer terug op LinkedIn nadat die verbannen was vanwege het uiten van zijn, meestal grondig onderbouwde, mening. Zijn suggestie voor een positievere persconferentie zou geen kwaad kunnen. Zijn insteek klinkt in ieder geval een stuk motiverender en daadkrachtiger. En dat is wel iets waar we met zijn allen bij gebaat zijn.

Opgesterkt door de zomerperiode moeten we nu flink de schouders eronder zetten om de schade waar mogelijk weer in te halen. Ophouden over het oude en nieuwe normaal en gewoon weer met positieve energie aan de slag.

Sterker nog, als werkgever doe je er goed aan om juist nu in te zetten op positiviteit en een goede sfeer in je team. Niet zozeer werkgeluk, maar gewoon algehele positiviteit. Roeien met de riemen die je hebt.

Dat is niet alleen om de boel op te vrolijken, maar is ook vanuit commercieel perspectief interessant. De Vlaamse econoom en professor aan de Universiteit van Oxford, Jan Emmanuel de Neve, deed een inzichtelijk onderzoek naar het effect van positiviteit op de werkvloer.

Uit dit onderzoek bleek dat bij salesmedewerkers die zichzelf gelukkig voelden de salesresultaten navenant hoger waren dan bij de collega’s die zich minder gelukkig voelde. Dat is natuurlijk positief voor de werkgever, maar het wordt nog positiever voor de werknemer zelf.

Naast het feit dat de onderzochte medewerkers zich gelukkiger voelde en betere resultaten behaalden (over het algemeen ook reden tot optimisme), bleek het hen geen extra tijd of inzet te kosten om die betere resultaten te behalen.

Positief ingestelde mensen hebben dus meer kans op succes. Bovendien geven positieve mensen aan minder lichamelijke klachten te ervaren en zich gezonder te voelen. Iets wat met het oog op het sluimerende virus ook meteen van pas komt. Zaak dus om wat meer aandacht aan de positiviteit in je team te besteden de komende maanden.

Een simpele suggestie. We zijn sociale wezens. Dat zit al verwerkt in ons brein sinds het ontstaan ervan. In plaats van dus de hele dag individueel achter je beeldscherm door te brengen; zoek je collega’s weer op.

Spreek met je team ergens buiten af. Hou je team meeting lopend in het park, op het strand of in het bos. Dat is niet alleen beter voor je hersenen, het zorgt er ook voor dat iedereen elkaar weer (live) ziet. Dit heeft een positief effect op het hele team en de onderlinge samenwerking.

Volgens het onderzoek leidt dat dan ook tot betere bedrijfsresultaten en meer tevreden medewerkers. En dat kan allemaal prima op 1 of 1,5 meter afstand.

We zijn oververmoeid en dat is positief

Oververmoeide jonge vrouw

Psycholoog Kelly McGonical benadrukt in een van de meest bekeken TED Talks aller tijden dat het niet zozeer stress is dat ons nekt, maar onze eigen beleving van stress. Maken wij ons druk om onze stress, dan pakt het slecht voor ons uit: mensen die zich druk maken over hun stress leven ongezonder en korter. Zie je stress daarentegen als een menselijke eigenschap die je helpt, dan ondervind je daarvan nagenoeg geen negatieve effecten.

Nu corona in Nederland enigszins gestabiliseerd lijkt (op lokale uitbraakjes na), de lockdown grotendeels opgeheven en de horeca weer deels draait, kunnen we weer vooruit gaan kijken. Ondernemers verwachten dat we zakelijk over een jaar weer terug zijn op het oude niveau. Ook het ‘nieuwe normaal’ brengt gelukkig verbeteringen met zich mee. Zo krijgen velen meer vrijheid (en minder reistijd) dankzij het thuiswerken en zijn we ons bewuster geworden van het belang van onze gezondheid.

Toch koppen kranten met name over de toegenomen werkdruk. Maar is dat terecht? Dat we massaal oververmoeid zijn is een feit. In mijn directe omgeving hoor ik menigeen klagen dat de rek er wel even uit is. Japke D. Bouma beschrijft sprekend hoe ons brein momenteel geteisterd wordt door de adrenaline van afgelopen maanden (wat direct werd onderbouwd door haar lezers). Ook het Parool onderbouwt dit aan de hand van diverse experts. De afgelopen maanden hebben zelfs impact gemaakt op onze nachtrust en dromen, aldus Time Magazine.

Na maanden wennen aan het thuiswerken, voor kinderen zorgen en met minder mogelijkheden tot ontspanning, zijn we moe. En dat is positief. Vermoeidheid is namelijk een duidelijk herkenbaar symptoom. Een stuk concreter ook dan de maatschappelijke overspannenheid waar we ons voor de corona eigenlijk slecht raad mee wisten. Pre-corona waren de stijgende werkdruk en werkstress en met name de gevolgen hiervan de grote uitdaging voor werkend Nederland.

Dat diverse media juist die stijgende werkdruk nu benadrukken is echter discutabel. Het (in de media) leidende onderzoek van werknemersorganisatie CNV lijkt op het eerste oog erg negatief. Zo zou 11 procent van de ondervraagden nu tegen een burn-out aan zitten en zegt 34 procent dat de werkdruk hoger is dan ooit. Dit is echter een momentopname. Als je het wegzet tegen het onderzoek 6 maanden geleden, zie je iets heel anders.

Als je de antwoorden uit het onderzoek van 13 december 2019 vergelijkt met die uit het post-corona onderzoek van 7 juli 2020 zie je zelfs een positieve ontwikkeling. In ieder geval qua werkdruk en risico op burn-out.

Op de vraag of de werkdruk hoger is na corona zegt 62 procent het hiermee oneens te zijn. Voor hen is de werkdruk dus gelijk gebleven of minder geworden. Terwijl voor corona 16 procent aangeeft tegen een burn-out aan te zitten, is dit post-corona nog maar 11 procent. Ook zijn er na corona minder ondervraagden (10 procent minder) van plan om over te stappen, omdat specifiek de werkdruk binnen hun sector hoger zou zijn geworden.

Uiteraard verschillen deze resultaten op individueel niveau, maar dit biedt wel een positiever beeld dan er in de media wordt afgeschilderd. Met deze inzichten en die van Kelly McGonical in ons achterhoofd, kunnen we ook op een andere manier naar de huidige vermoeidheid kijken; gewoon heel praktisch.

Toeval wil dat we precies voor de zomervakantie staan. Pak die kans nu dan ook. Gun jezelf de tijd om de afgelopen maanden te verwerken. Ga nadenken over hoe je na de zomerperiode verder wil. Ook, juist voor ondernemers, of anderen die zich nu geen vakantie kunnen veroorloven, geldt maar 1 nadrukkelijk advies; neem de tijd om je batterij weer op te laden. Zorg dat je op tijd in je bed ligt, let de komende tijd even wat meer op je gezondheid en gun jezelf positieve afleiding met vrienden.

Dan kunnen we na de zomer uitgerust en met hernieuwde energie weer gaan bouwen aan een gezond Nederland, persoonlijk en zakelijk.

Fijne vakantie!

Hoe het eten op jouw bord toch ongezond blijft

Pile of meat

Terwijl Nederland haar handen vol heeft aan de komende (financiële) crisis, haar hoofd aan het breken is over de haalbaarheid van het klimaatakkoord, het verbeteren van dierenwelzijn en onze maatschappij preventief gezonder te krijgen, is er toch net op Europees niveau weer tientallen miljoenen toegekend aan een initiatief dat hier volledig haaks op staat.

Ondanks dat de vleesproductie wereldwijd verantwoordelijk is voor meer dan 12 procent van de CO2-uitstoot, de vleesindustrie nog steeds gepaard gaat met ongekend dierenleed en teveel vlees eten in verband wordt gebracht met diabetes 2, beroertes en kanker, is er toch voor gekozen om juist op dit moment opnieuw subsidies van tientallen miljoenen toe te kennen aan de promotie van de vleesconsumptie.

Laat ik eerst benadrukken dat ook ik gewoon vlees, vis en eieren eet en dus niet anti ben. Maar waarom er, nota bene in deze tijd, dikke subsidies uitgereikt moeten worden ter promotie van de toch al discutabele vleesindustrie is me volstrekt onduidelijk.

De onderbouwing van bijvoorbeeld CDA-Europarlementslid Annie Schreijer-Pierik is net zo ontwijkend als nietszeggend: “De Europese Unie moet zich niet gaan bemoeien met de voedingskeuze van burgers.” Volgens mij ben je toch juist bezig om je met de voedingskeuze te bemoeien als je promotie voor die specifieke voeding maakt?

Tegenstrijdig genoeg maakt zij zich wel druk over de andere idioterie die al een tijd speelt: de naamgeving van de gezondere en milieuvriendelijke(re) vleesvervangers als Accept Gyros en de Vegaburger. Haar argument is dat dit misleidend zou zijn. Je zou je toch zomaar kunnen vergissen en niet doorhebben dat je een duurzamer alternatief aan het consumeren bent. Toegegeven, je proeft het verschil tegenwoordig ook echt niet meer.

Schreijer-Pierik zou zich beter druk kunnen maken over de algehele volksmanipulatie waarbij producenten ons structureel mogen voorliegen over wat er daadwerkelijk in een product zit. Getuige de legio voorbeelden waarbij je iets denkt te kopen (aangezien het zo heet), maar wat er maar minimaal in zit. Of helemaal niet. Hummus met slechts 37 procent kikkererwten (het hoofdingrediënt) of truffelolie met alleen een restproduct van aardolie dat toevallig naar truffel smaakt.

Overigens staat deze situatie niet op zichzelf. Ook de totstandkoming van het Nationale Preventieakkoord dat in 2018 in het leven is geroepen om o.a. overgewicht en obesitas tegen te gaan, leest als een spannend boek en is doorspekt van dubieuze wendingen.

Ondanks dat bijvoorbeeld hogere belastingen op suikerhoudende producten, de suikertaks, in het buitenland een uiterst succesvol middel is gebleken in de strijd tegen overgewicht en obesitas, komt het in Nederland maar niet van de grond. Zo werd er hier volop gesproken over een variant van de suikertaks, namelijk: de frisdranktaks.

Nou ja, een omgekeerde taks dan. In plaats van hogere belasting op suikerhoudende dranken, zouden juist water en suikervrije dranken 9 cent per liter goedkoper worden. Dat deze omgekeerde frisdranktaks nooit het licht heeft gezien, was te verwachten. Niet alleen vanwege de lobby, maar des te meer omdat een voorstel dat de overheid alleen maar geld kost (minder belasting op suikervrije dranken) in plaats van geld oplevert (extra belasting op suikerhoudende dranken) weinig kansen van slagen heeft.

Bovendien is de hele documentatie omtrent het Preventieakkoord, die gewoon openbaar zou moeten zijn, behoorlijk lastig te achterhalen, ondervond journalistieke platform Follow The Money.

Dus ondanks dat een meerderheid van Nederland, maar ook diverse stadsbesturen gezondere voeding nota bene toejuichen, de zorgkosten mede vanwege onze (ongezonde) leefstijl de komende 20 jaar bijna verdubbelen en Nederlandse wetenschappers en sporters bijna schreeuwen om een gezondere leefstijl, schijnt het toch een uitdaging voor onze overheid te zijn om echt iets voor elkaar te krijgen.

Dit zag ze natuurlijk al veel eerder aankomen. De overheid ontdoet zich dan ook op voorhand van elke verantwoordelijkheid, getuige ook haar inmiddels 30 jaar lopende campagne: Een beter milieu begint bij jezelf. Een gezondere leefstijl dus ook.

Een pleidooi voor meer vrijheid in je werk

Jonge vrouw werkt flexibel vanuit een koffietentje

Dankzij de coronacrisis is thuiswerken eerder regel dan uitzondering geworden. Een opvallende ommezwaai, want in het verleden werd er nogal neergekeken op thuiswerken.

Vanuit het management werd thuiswerken voornamelijk gezien als extra vrije tijd en betekende het een gevaar voor de productiviteit. Tijdens de lockdown werd thuiswerken door sommigen zelfs in verband gebracht met psychische klachten, onzekerheid en angst. Maar is dat terecht?

Tijdens de eerste weken van de lockdown was thuiswerken voor velen inderdaad een psychische uitdaging. Buiten het feit dat het om een verplichte verandering ging, waren ook de kinderen in veel gevallen opeens spontaan verplicht thuis. Ook angst en onzekerheid kunnen absoluut spelen of hebben gespeeld tijdens de coronacrisis. Maar dat zijn niet per se zaken die specifiek gerelateerd zijn aan het thuiswerken.

Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat thuiswerken enorme kansen biedt. Mits goed uitgevoerd. Een kans om druk van de ketel te halen op kantoor, om reistijden te verkorten en om eindelijk echt iets te doen aan de afleidende kantoortuinen. Het meeste onderzoek bevestigt inderdaad dat thuiswerken significante voordelen biedt.

Zo blijkt dat thuiswerkers over het algemeen juist productiever zijn en vaak beter presteren. Dit wordt zelfs onderbouwd met gemiddeld hogere beoordelingen. Geloof het of niet, maar thuiswerkers voelen zelfs een hogere betrokkenheid bij de zaak. Veel onderzoek toont daarnaast aan dat thuiswerkers minder stress ervaren. Dat ze gedrevener zijn en ook meer tevreden met hun werk, collega’s en de werkgever.

Bovendien hebben werkgevers ook reden om tevreden te zijn. Ze kunnen naast die extra productiviteit ook enorme kosten besparen door hun kantoren op thuiswerkers in te richten. Net als in de retailzullen kantoren steeds meer gaan functioneren als showrooms. Mensen komen er om elkaar te ontmoeten en informatie te vergaren, maar het echte kopen respectievelijk werken kan voor een groot deel vanuit huis.

Enige kanttekening hierbij; al deze onderzoeken zijn uitgevoerd voor de coronatijd en gelden voor werknemers die afwisselend thuiswerken. Daarom hebben wij zelf de afgelopen maand onderzoek gedaan hoe je het maximale uit thuiswerken kan halen.

Daarbij vonden we een aantal voorwaarden:

  • Afwisseling

Bij te veel thuiswerken gaan bovenstaande voordelen op een gegeven moment niet meer op, omdat collega’s dan te veel gedistantieerd raken. Het kantelpunt ligt rond de 50 procent (o.b.v. fulltime dienstverband). Bovendien heb je werkzaamheden die je simpelweg niet thuis kan doen.

  • Meer aandacht voor minder vergaderingen

Dankzij digitaal vergaderen zijn er minder vergaderingen en zijn ze korter geworden. Nadeel is dat de betrokkenheid vaak lager is. Besteed daarom meer aandacht aan de juiste technische faciliteiten, voldoende interactie om iedereen erbij te houden en duidelijke prioriteiten.

  • Meer focus op het eindresultaat en de medewerker in plaats van op het proces

Managers zullen meer moeten gaan sturen op het eindresultaat in plaats van op het proces.

Daarnaast zullen ze meer aandacht moeten besteden aan het helpen ontwikkelen van een dagelijkse routine zodat men zichzelf niet voorbij loopt.

  • Laat managers zelf ook training in het thuiswerken volgen

Managers die training hebben gevolgd in thuiswerken, loodsen hun collega’s veel efficiënter door de veranderingen heen. Zo krijgen ze concrete tools om prestaties te beoordelen en verwachtingen te managen.

  • Vertrouwen

Het belangrijkste uitgangspunt om succesvol te zijn in thuiswerken ligt, net als we bij de inrichting van onbeperkte vakantiedagen al zagen, in vertrouwen. Geef je collega’s de keuze en laat ze ook onderling afstemmen wat wel of niet kan.

Dankzij de lockdown hebben we versneld de mogelijkheid gekregen om ons werk praktischer in te richten. Dat brengt uiteraard uitdagingen met zich mee, maar gelukkig ook kansen. Als je daar nu goed op inspeelt, loop je straks voorop als alles weer verandert. En dat gaat sowieso gebeuren.

De politiek loopt ernstig achter mbt onze gezondheid

healthy life

De huidige kosten van corona zijn een schijntje in vergelijking tot de kosten die we als maatschappij in het vooruitzicht hebben. Daarbij doel ik nog niet eens op de gevolgen van een mogelijk tweede golf.

Als het coronavirus een ding heeft aangetoond is het wel het belang van onze gezondheid. Een goede gezondheid is momenteel dan ook goud waard. Er is op dat gebied alleen nog wel wat werk aan de winkel in Nederland.

Los van corona worden we in Nederland steeds zieker. Sterker nog, volgens de Volksgezondheidszorg heeft 58% van de Nederlandersinmiddels een chronische aandoening. Dat komt mede omdat we steeds ouder worden, maar ook omdat steeds meer Nederlanders lijden aan welvaartsziekten. Fysiek, maar ook mentaal, want ook hoge (werk)druk is iets dat we onszelf steeds meer opleggen.

De zorg moet ons hierbij opvangen. Helaas biedt die sector zelf nog het meest schrijnende toekomstperspectief. Het ziekteverzuim in de zorg is nu al het hoogste in Nederland: 5,9 procent tegen 4,7 procent gemiddeld.

Bovendien stijgt de vraag naar zorgpersoneel voortdurend. Om daaraan te kunnen voldoen, zal over een paar jaar 1 op de 4 werkenden in Nederland in de zorg werkzaam moeten zijn. Dat dat niet gaat gebeuren is duidelijk. Het gevolg: een groot tekort aan zorgmedewerkers, nog hogere werkdruk, groeiend ziekteverzuim, nog minder personeel, stijgende kosten. Daar kan geen noodfonds tegenop.

Inmiddels maken meer dan 1.600 zorgspecialisten, maar ook diverse topsporters en sportinstanties zich hard voor een gezonder Nederland. Dat is niet alleen handig in de strijd tegen het virus, maar ook voor onze portemonnee. Als we zo doorgaan staat er namelijk een veel grotere crisis voor de deur.

Toen we begin mei met zijn allen van alle daken schreeuwden dat de situatie financieel onhoudbaar was geworden zaten we nog niet eens op een kwart van de extra zorgkosten die per jaar in het vooruitzicht liggen.

De zorgkosten zijn de hoogste kosten binnen de begroting. Deze liggen nu rond de 100 miljard euro per jaar. De verwachtingen zijn echter dat die de komende jaren zullen oplopen naar 174 miljard euro per jaar(!). Als je die jaarlijkse extra kosten van 74 miljard euro wegzet tegen het eenmalige steunpakket van 20 miljard euro vanuit de overheid (d.d. 2 mei) dan wordt de uitdaging opeens heel duidelijk.

De overheid en zorgverzekeraars zullen meer daadkracht moeten tonen. De gezondheidsinitiatieven van de afgelopen jaren geven geen blijk van voortschrijdend inzicht. Een overheid die met droge ogen de prijs voor gezond eten weet te verhogen en de prijs van snoepgoed, snacks en suiker verlaagd, is niet bezig met gezondheidsbevordering.

Het initiatief om leefstijlcoaches publiek toegankelijk te maken blijkt ook niet meer dan een façade. Van de slechts 6,5 miljoen euro die hiervoor is uitgetrokken is nog geen 250.000 euro ingezet. Dat komt deels door de strikte regelgeving waaraan de leefstijlcoaches moeten voldoen. Leefstijlcoaches houden uiteindelijk zo weinig over aan hun coaching dat ze er zelf niet eens gezond van kunnen leven.

Als we de volgende crisis dus voor willen zijn, zullen we zelf aan de bak moeten; meer bewegen, gezonder eten, beter leren omgaan met werkdruk en je nachtrust verbeteren. Het zijn marginale stappen om te voorkomen dat we straks met zijn allen op hele dure wachtlijsten komen te staan.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

Vergeet de werk-privé balans, hier word je wel gelukkig van

Busy life

Eindelijk werden afgelopen week de eerste langverwachte versoepelingen van de lockdown aangekondigd. Voor velen is het vooruitzicht om straks weer de kinderen ’s ochtends af te kunnen zetten, zelf weer naar kantoor te kunnen en langzaamaan ook weer een hapje te gaan eten buiten de deur een zegen.

Toch hoor ik in mijn directe omgeving ook steeds vaker mensen die de lockdown als positief hebben ervaren. Ze roemen daarbij met name minder verplichtingen, minder reistijd en een compleet lege agenda. We hebben eindelijk weer een beetje me-time terug.

Dat geeft te denken over het jarenlange hot topic van de work/life balance. Is dat wel het echte probleem? Werk is namelijk iets dat voor velen gewoon de orde van de dag is. We werken om te leven. Dat er steeds meer van ons verwacht wordt op dat werk is misschien niet iets dat we volledig onder controle hebben. Sterker nog, wordt er daadwerkelijk wel meer van ons verwacht?

Uit diverse onderzoeken blijkt dat we in Nederland überhaupt niet echt te klagen hebben. We werken gemiddeld tussen de 26 en 36 uur per week en in het weekend zo min mogelijk.

Dan rest ons dus onze privétijd. Die is wel een stuk drukker geworden de afgelopen jaren. Gemiddeld spenderen we 2 tot 3 uur per dag op onze telefoons. Daar gaat het eerste deel van je balans. Veel van die telefoonactiviteit is tussen andere bezigheden door wat desastreus is voor je focus en zorgt voor een opgejaagd gevoel.

Bovendien vergroot social media dat opgejaagde gevoel nog eens extra. Onze digitale vriendenkring neemt toe. We worden continu geconfronteerd met de zogenaamd perfecte levens van de mensen om ons heen die overal bij zijn, alles meemaken, iedereen kennen.

In een verlangen naar eenzelfde spectaculair sociaal leven jagen we onszelf alleen maar verder op. We vliegen van afspraak naar afspraak, terwijl onze maatschappij paradoxaal steeds individualistischer wordt. We bouwen meer relaties op, maar met minder diepgang. De vraag rijst of we wel gelukkiger worden van zo’n uitbundig sociaal leven? Wie heb je nu een plezier gedaan met je eigen vrije tijd?

Vanuit Scandinavië leren we al meer over de waarde van diepgaander contact. De Denen hebben het werkwoord Hygge geïntroduceerd (vertaling: gezelligheid) en de Zweden Lagom (niet te veel, maar ook niet te weinig) wat beide zou bijdragen aan een minder gejaagd en positieve mindset.

Een van de redenen waarom men in de bepaalde gebieden (de befaamde Bluezones) langer, gelukkiger en gezonder leeft, is hun sociale interactie. Mensen in de Bluezone-regio’s verbinden zich in Moais: kleine groepjes van zo’n 5 mensen die zich levenslang aan elkaar verbinden. Ze staan voor elkaar klaar en spreken elkaar ook aan op negatief gedrag. Deze omgangsvorm zou een bewezen positieve invloed hebben op hun algehele gezondheid.

Ook bij Harvard Business Review kwam de vraag voorbij of we niet wat selectiever met onze relaties om moeten gaan en daarmee ook met (de kwaliteit van) onze tijd. Een beetje Marie Kondo’en in je vriendenkring kan dus misschien geen kwaad.

We kunnen de schuld van onze groeiende onrust aan onze work/life balance toedichten, maar die ligt voor een groot deel buiten onszelf. Je kan ook kijken hoe kwalitatief je omgaat met je live/life balance. Leef je echt je eigen leven of word je geleefd door de verwachtingen van anderen. Die live/life balance heb je tenminste in ieder geval zelf in de hand.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company

‘Ik wil mijn oude leven terug’

In 2010 vond in de Golf van Mexico een ontploffing plaats op het boorplatform Deepwater Horizon. Tijdens de reddingswerkzaamheden brak uiteindelijk ook nog de boorstang. Miljoenen liters olie verspreidden zich daarop in de oceaan wat leidde tot een ongekende milieuramp.

Op dat moment waren alle ogen gericht op de toenmalige ceo van BP en daarmee hoofdverantwoordelijk voor de catastrofe, Tony Hayward. Hoe reageerde hij als leider?

‘I want my life back’

Hij sprak niet over de ernst van de milieu-impact noch over een plan om de ramp aan te pakken. Sterker nog, hij maakte zichzelf per direct de meeste gehate Engelsman in Amerika door te zeggen: “I want my life back”. Dat is uiteindelijk ook gelukt. Mede dankzij zijn legendarische opmerking is hij niet veel later ontslagen.

Klagen over het heden en terugverlangen naar het verleden is menseigen. Zeker in de huidige situatie wordt er nu al met weemoed terugverlangd naar de tijd voor 2020. Maar ‘vroeger was alles beter’ is misschien wel de meest onproductieve uitspraak die er is. Het wordt namelijk nooit meer vroeger. Je blijven verzetten tegen de toekomst is net zo onzinnig. Hoe lastig de huidige situatie ook is.

Het leven is veranderd

Het ‘normale’ leven zal de komende tijd nog flinke impact ondervinden van het coronavirus en de gevolgen ervan. Legio businessmodellen zullen opnieuw tegen het licht gehouden moeten worden. Wat de beste manier is om je aan de huidige situatie aan te passen zal per branche, per situatie verschillend zijn.

Er is ook geen enkele garantie dat een oplossing die nu werkt, straks ook nog opgaat. Je zal dus meer dan ooit weer echt moeten gaan ondernemen en inzetten op innovatie. Nieuwe dingen uitproberen. En niet alleen nu, maar continu.

Een fenomenaal stukje techniek

Toen ik nog bij Google werkte was dus ook het mantra: Launch and iterate (vrij vertaald: lanceer en verbeter) en dat heeft ze geen windeieren gelegd. Denk aan de zelfrijdende auto’s en producten als Google Maps en Gmail. Maar ook minder succesvolle innovaties als de Google Glass. Een fenomenaal stukje techniek, waar niemand echt op zat te wachten. Maar innovatief was het zeker.

Wat dat betreft waren de innovatiesessies de mooiste trainingen om te geven binnen Google. Samen met de klant nieuwe businessmodellen en strategieën ontwikkelen. Dat doe ik vandaag de dag nog steeds, alleen dan op het gebied van vitaliteit binnen de organisatie. Ook daar moeten legio bedrijven innoveren en aanpassen, omdat ze anders over een paar jaar weer alle medewerkers thuis op de bank hebben zitten. Alleen dan met een burn-out.

Blijven innoveren is essentieel

Dat er bedrijven om zullen vallen de komende tijd is uiteraard verschrikkelijk. Toch zullen daar ook weer andere bedrijven voor terugkomen die inspelen op wat er in de maatschappij gebeurt. Als je niet in staat bent om daarin mee te bewegen verdwijnt je business mogelijk net zo snel als Kodak destijds bij de introductie van de digitale camera (nota bene hun eigen uitvinding).

Ook Martijn Aslander en Erwin Witteveen beamen dat in hun boek Nooit af. Je zal jezelf en je business continue moeten innoveren en blijven heruitvinden, want zo stellen de schrijvers; door de snelheid van de ontwikkelingen is je product of dienst alweer verouderd zodra het op de markt komt en zodoende nooit af.

Gelukkig zijn we er in Nederland trots op dat we zo’n innovatief land zijn, maar dat zullen we nu dan ook met zijn allen echt moeten bewijzen. Zoals Charles Darwin stelde: het is niet de sterkste van een soort die overleeft, ook niet de intelligentste. Wel degene die zich het beste aan veranderingen kan aanpassen.

Hidde de Vries

Oprichter van The Recharge Company